ECLI:NL:RBZWB:2024:7640
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen omgevingsvergunning voor woninguitbreiding geen aan- of uitbouw
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 november 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een omgevingsvergunning voor het vergroten van een woning aan een adres te een plaats. Eiseres maakte bezwaar tegen de vergunning die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis was verleend aan een derde-partij voor een woninguitbreiding.
De kern van het geschil betrof de vraag of de uitbreiding als een aan- of uitbouw in de zin van de planregels moest worden aangemerkt, wat zou leiden tot strijd met het bestemmingsplan vanwege overschrijding van de maximale goothoogte. De rechtbank oordeelde dat de uitbreiding bouwkundig niet te onderscheiden is van het hoofdgebouw, omdat de gevel en het dak doorlopen en de goothoogte binnen de toegestane grenzen blijft.
De rechtbank stelde vast dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand en het Bouwbesluit, en dat het geen bijgebouw betreft. De eerdere uitspraak van de rechtbank Haarlem uit 2006 was niet relevant vanwege een andere planregeldefinitie. Het college had daarom terecht de vergunning verleend en het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor woninguitbreiding wordt ongegrond verklaard.