ECLI:NL:RBZWB:2024:7645

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
7 november 2024
Zaaknummer
24/4894
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Josten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling UWV wegens niet tijdig beslissen op bezwaar

Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op zijn bezwaar van 28 september 2023. Het UWV nam op 16 juli 2024 alsnog een besluit op bezwaar, waarna verzoeker zijn beroep introk. De rechtbank beoordeelt het verzoek van verzoeker om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank stelt vast dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond is. De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt dat het UWV een bedrag van € 437,50 aan proceskosten moet vergoeden, gebaseerd op de standaard wegingsfactor voor zaken over niet tijdig beslissen.

Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 5 november 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/4894 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. T.H.M.M. Kusters),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 16 juli 2024 alsnog een beslissing op bezwaar heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld zich niet te verzetten tegen een veroordeling in de proceskosten conform het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?
3. Op 31 mei 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 28 september 2023. Het UWV heeft op 16 juli 2024 alsnog een besluit op bezwaar genomen. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. De rechtbank ziet hierin aanleiding om het UWV te veroordelen in de proceskosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van zijn beroep wegens het niet tijdig beslissen.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?
4. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 437,50 omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om in afwijking van de hoogste bestuursrechters een lagere wegingsfactor (0,25 in plaats van 0,5), zoals verzocht door het UWV, toe te passen.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
5. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. Hooghiemstra, griffier, op 5 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.