Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding, met producties 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 4;
- de brief van mr. Hofland, met producties 5 tot en met 7;
- de brieven van mr. Hofland en mr. Gasseling van 2 oktober 2024;
- de brief van mr. Hofland van 7 oktober 2024;
- het bericht van de griffier aan beide advocaten van 8 oktober 2024.
2.De feiten
- zij hebben een relatie met elkaar gehad;
- uit die relatie zijn geboren de volgende nu nog minderjarige kinderen: