Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding, met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 4.
2.De feiten
- zij zijn op 24 oktober 2012 gehuwd in gemeenschap van goederen;
- uit hun huwelijk zijn de volgende, nu minderjarige kinderen geboren:
- op 15 mei 2024 heeft de vrouw een verzoek tot echtscheiding bij deze rechtbank ingediend. Daarbij zijn nevenvoorzieningen verzocht waaronder verzoeken die zien op de verdeling van de huwelijksgemeenschap van partijen. Het echtscheidingsverzoek en de nevenverzoeken zijn nog niet op een mondelinge behandeling behandeld;
- hun huwelijksgemeenschap bestaat onder andere uit de echtelijke woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats 2] (hierna: de woning) en de daarop rustende hypothecaire geldlening die is afgesloten bij Obvion hypotheken.