ECLI:NL:RBZWB:2024:7701

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
12 november 2024
Zaaknummer
24-022586
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • J.J. Gillesse
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29f Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek op grond van artikel 29f Wetboek van Strafvordering in zedenonderzoek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 oktober 2024 een verzoek op grond van artikel 29f Wetboek van Strafvordering van de verzoeker, die bezwaar maakte tegen het uitblijven van een beslissing na inbeslagname van zijn telefoon in een zedenzaak op 4 augustus 2024.

De verzoeker stelde dat de redelijke termijn was overschreden en dat het gebrek aan informatie hem, mede vanwege zijn autisme, zwaar viel. Zijn raadsman verzocht de zaak te beëindigen of subsidiair aan te houden.

De officier van justitie stelde dat het onderzoek nog in volle gang was en dat verstrekking van stukken op dit moment niet mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop van 13 weken in een zedenonderzoek niet onredelijk is en dat het belang van de verzoeker niet opweegt tegen het belang van het onderzoek.

Daarom wees de rechtbank het verzoek af en zag geen aanleiding tot aanhouding of beëindiging van de zaak.

Uitkomst: Het verzoek op grond van artikel 29f Wetboek van Strafvordering wordt afgewezen omdat het onderzoek nog gaande is en het tijdsverloop niet onredelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 24-022586
datum : 22 oktober 2024
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 29f Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
wonende op het [adres] ,
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
  • het verzoekschrift ex artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ontvangen op de griffie op 11 september 2024;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
De rechtbank heeft op 22 oktober 2024 het verzoek in besloten raadkamer behandeld.
Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs, verzoeker en mr. J.J. van Santbrink advocaat te Rotterdam als waarnemend advocaat van verzoeker gehoord.
De advocaat van verzoeker heeft aangevoerd dat er sprake is van een vervolgingsactiviteit omdat onder verzoeker een telefoon in beslag is genomen in verband met een zedenzaak. Verzoeker is gevraagd om zijn pincode te vertrekken dus er is sprake van een criminal charge, zodat het verzoek ontvankelijk is.
Op 4 augustus 2024 is de telefoon van verzoeker in beslag genomen en nu 13 weken later is er nog geen enkele mededeling gedaan door het openbaar ministerie met betrekking tot een verdenking. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de redelijke termijn is overschreden en omdat hij autisme heeft is het voor hem extra zwaar om nog immer geen nadere informatie te hebben verkregen. De raadsman verzoekt de rechtbank het verzoek gegrond te verklaren en te bepalen dat de zaak geëindigd is. Subsidiair, indien er naar het oordeel van de rechtbank wel sprake is van vervolgingsactiviteiten, verzoekt de raadsman de rechtbank de zaak aan te houden en na 2 à 3 maanden opnieuw op zitting te behandelen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er een zedenonderzoek is opgestart. Er is sprake van een vervolgingsbeslissing, zodat verzoeker ontvankelijk is. Het onderzoek is in volle gang. In het belang van het onderzoek kunnen er op dit moment geen stukken aan de verdediging worden verstrekt. De telefoon van verzoeker is op 4 augustus 2024 in beslag genomen. Er is geen sprake van een lang tijdsverloop, zodat een situatie als genoemd in artikel 29f Wetboek van Strafvordering niet aan de orde kan zijn. De officier van justitie verzoekt de rechtbank het verzoek af te wijzen.

2. De beoordeling

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen.
Bij de toepassing van artikel 29f Sv staat het belang van de verzoeker voorop om duidelijkheid te verkrijgen omtrent de tegen hem aangevangen en nog niet beëindigde vervolging door het Openbaar Ministerie.
De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in deze zaak het onderzoek nog niet is afgerond. Een dergelijk onderzoek in een zedenzaak vergt tijd en dat het openbaar ministerie gedurende het onderzoek nog geen concrete mededelingen aan verzoeker kan doen, is naar het oordeel van de rechtbank evident. Dat verzoeker autisme heeft, maakt niet dat niet anders. De rechtbank is van oordeel dat het tijdsverloop in deze zaak niet onredelijk is. Op grond van de overweging met betrekking tot het tijdsverloop, ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak aan te houden. Het belang van de verzoeker weegt niet op tegen het onderzoeksbelang van het Openbaar Ministerie.

3.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beslissing is op 5 november 2024 genomen door mr. J.J. Gillesse rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op 5 november 2024 .