ECLI:NL:RBZWB:2024:7705

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
12 november 2024
Zaaknummer
24-020232
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 116 lid 1 SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring klaagschrift en teruggave motor Suzuki wegens ontbreken strafvorderlijk belang

De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 oktober 2024 het klaagschrift van de beslagene gericht op opheffing van het beslag op een motorfiets. De beslagene voerde aan dat hij inmiddels in het bezit is van een rijbewijs voor de motor, waardoor recidive niet aannemelijk is en het beslag onnodig is. De motor heeft een aanzienlijke waarde van circa 4000 euro.

De officier van justitie onderschreef dit standpunt en achtte het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later de verbeurdverklaring van de motor zou bevelen. De raadkamer overwoog dat het onderzoek summier van aard is en dat niet in de hoofdzaak getreden kan worden. Volgens vaste jurisprudentie moet het beslag worden opgeheven als het strafvorderlijk belang ontbreekt.

De rechtbank concludeerde dat geen strafvorderlijk belang meer bestaat bij het voortduren van het beslag en dat geen andere rechthebbende van de motor is aan te merken. Daarom werd het klaagschrift gegrond verklaard en is de motor teruggegeven aan de beslagene.

De beslissing is op 5 november 2024 uitgesproken door rechter J.C. Gillesse in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en de motor wordt teruggegeven aan de beslagene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 24-020232
datum : 22 oktober 2024
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.C.F. Jansen advocaat te Breda, (Postbus 4650, 4803 ER Breda),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 14 augustus 2024 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt dat op 7 augustus 2024 onder klager in beslag is genomen: een motor, merk Suzuki voorzien van het [kenteken] (hierna: de motor);
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 22 oktober 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs, klager en mr. J.J.J. van Rijsbergen als waarnemend advocaat van klager gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager inmiddels in het bezit is van een rijbewijs voor het besturen van de motor, zodat er geen sprake kan zijn van recidive. De motor vertegenwoordigt een aanzienlijke waarde van zo’n 4000 euro. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend de verbeurdverklaring van de motor zal bevelen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift gegrond verklaard moet worden. Gezien de waarde van de motor en het gegeven dat klager inmiddels in het bezit is van een rijbewijs, acht de officier van justitie het eveneens hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend de verbeurdverklaring van de motor zal bevelen. De motor mag worden teruggegeven aan klager.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Op grond van artikel 116, eerste lid, Sv laat het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene, zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Dit betekent het volgende. Als het Openbaar Ministerie zich op het standpunt stelt dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag, dan moet de rechter ervan uitgaan dat het standpunt juist is.
De rechtbank is van oordeel dat nu er geen strafvorderlijk belang bestaat bij het voortduren van het beslag en de rechtbank niet is gebleken dat een ander dan klager redelijkerwijs als rechthebbende van de motor is aan te merken, het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv Pro beslag gegrond moet worden verklaard en de teruggave van de motor aan klager moet worden gelast.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van:
-goednummer PL2000-2024199539-2756710: een motor van het merk Suzuki Gsx-R1000, kenteken: [kenteken] , aan klager.
Deze beslissing is op 5 november 2024 genomen door mr. J.C. Gillesse rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 5 november 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).