ECLI:NL:RBZWB:2024:7714
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken van connexiteit
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tijdens de bezwaarprocedure tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is tegen het bestreden besluit, het zogenaamde connexiteitsvereiste.
Hoewel verzoeker een beslissing op bezwaar ontving op 23 oktober 2024, heeft hij nog geen beroep ingesteld. Hierdoor ontbreekt de noodzakelijke connexiteit en is het verzoek niet ontvankelijk. De voorzieningenrechter wijst erop dat de beroepstermijn loopt tot 4 december 2024 en dat een nieuw verzoek om voorlopige voorziening kan worden ingediend indien beroep wordt ingesteld.
Het verzoek wordt daarom niet inhoudelijk beoordeeld en niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende beroepsprocedure.