Uitspraak
REGIO ZUIDWEST NEDERLAND,hierna te noemen: de Raad,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de Raad
5.Het standpunt van belanghebbenden en informante
6.De beoordeling
7.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 november 2024 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2018. De minderjarige woont bij de moeder, terwijl het ouderlijk gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend. Er zijn zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind, mede door het langdurig ontbreken van contact met de vader en de strijd tussen de ouders.
De Raad en de moeder stellen dat de vader geen medewerking verleent aan noodzakelijke hulpverlening en eigen voorwaarden stelt, waardoor vrijwillige hulpverlening niet slaagt. De vader ontkent geweld en drugsgebruik, erkent zijn problemen niet en wil alleen meewerken aan hulpverlening indien dit door de rechtbank wordt opgelegd en in zijn woonomgeving plaatsvindt. De gecertificeerde instelling adviseert eerst vrijwillige hulpverlening uit te putten, maar erkent ook de noodzaak van hulpverlening.
De rechtbank oordeelt dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door de onduidelijkheid over woonplaats, school en contact met de vader, en door de verstoorde communicatie tussen ouders. Gezien het gebrek aan medewerking van de vader en zijn voorwaarden acht de rechtbank hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk. De ondertoezichtstelling wordt voor de duur van één jaar opgelegd en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige onder toezicht voor één jaar wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en gebrek aan medewerking van de vader aan hulpverlening.