De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van een spoeduithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en een gezinsvervangende accommodatie. De minderjarige verblijft sinds 17 september 2024 op een neutrale plek vanwege ernstige spanningen en conflicten binnen het gezin, met name bij de grootouders waar zij eerst was geplaatst.
De kinderrechter heeft de zaak op 27 september 2024 met gesloten deuren behandeld, waarbij de moeder, vader, hun advocaten en vertegenwoordigers van de GI zijn gehoord. De minderjarige is afzonderlijk gehoord en gaf aan behoefte te hebben aan therapeutische hulp en dagbesteding, en wenst bij haar moeder te gaan wonen zodra deze haar nieuwe woning betrekt.
De GI stelde dat de verstandhouding tussen de ouders ernstig verstoord is en dat de thuissituatie bij de grootouders onhoudbaar is door conflicten, drankgebruik en onvoldoende openheid van zaken. De kinderrechter concludeerde dat voortzetting van de uithuisplaatsing noodzakelijk is om verdere traumatisering van de minderjarige te voorkomen en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing tot 20 oktober 2024, het einde van de voorlopige ondertoezichtstelling.