De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 oktober 2024 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die opgenomen is vanwege een psychische stoornis en middelenverslaving.
Betrokkene gaf aan dat zij positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, twee weken clean is en bereid is om ambulante zorg te ontvangen. De psychiater constateerde geen psychiatrisch toestandsbeeld maar uitte ernstige zorgen over de middelenverslaving en het criminele milieu waarin betrokkene verkeerde. De casemanager en andere zorgverleners adviseerden voortzetting van de opname vanwege de risico’s.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de verslaving niet meer het leven volledig beheerst, betrokkene de ernst en risico’s onvoldoende inziet. Desondanks concludeerde de rechtbank dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel en wees het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.