De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 november 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1999, vanwege een psychotische stoornis en verslavingsstoornis. De mondelinge behandeling vond met gesloten deuren plaats, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een verpleegkundige werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
Betrokkene gaf aan dat zijn situatie verbeterd is sinds mei 2024, met afname van psychotische klachten en betere functionering door slaap en sport, maar erkende het belang van verplichte zorg. De psychiater bevestigde het herstel, maar benadrukte dat voortgezette verplichte zorg noodzakelijk blijft vanwege pril herstel, medicatiewijzigingen en problematische interacties met zijn vader. De verpleegkundige onderschreef dit standpunt.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en agressie oproepend gedrag. Vanwege gering ziekte-inzicht en onvoldoende intrinsieke motivatie is verplichte zorg noodzakelijk. De toegewezen zorgvormen zijn medicatie, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking, beperkingen in eigen leven en opname, waarbij sommige alleen bij opname of terugval gelden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorg is evenredig en effectief, rekening houdend met maatschappelijke participatie en veiligheid. Gezien het standpunt van betrokkene, zijn advocaat en de psychiater werd de duur van de zorgmachtiging beperkt tot negen maanden, tot 7 augustus 2025. Het verzoek tot overige zorgvormen werd afgewezen. De beschikking is op 7 november 2024 mondeling gegeven en op 14 november 2024 schriftelijk vastgesteld.