Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam], wijkverpleegkundige.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1937, voor de duur van zes maanden. Betrokkene ontkent de diagnose dementie en verzet zich tegen opname. Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene en een wijkverpleegkundige gehoord.
De wijkverpleegkundige stelde dat betrokkene een dementieel ziektebeeld heeft met een progressief verloop, waarbij zijn mobiliteit afneemt en hij regelmatig valt. Zijn echtgenote is overbelast en niet langer in staat om de zorg te dragen, mede door spanningen en mogelijk fysiek geweld in huis. Er is reeds maximale ambulante zorg en dagbesteding ingezet.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan dementie en dat het gedrag leidt tot ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel en psychische schade. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt daarom verleend voor zes maanden, tot 7 mei 2025.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en ernstig nadeel.