Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 30 dagen, waarvan 29 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een taakstraf van 120 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
60 dagen;
€ 762,23te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, voor wat betreft een bedrag van € 12,23 aan materiële schade vanaf 24 oktober 2024 en voor wat betreft een bedrag van € 750,- vanaf 22 mei 2022, alles tot aan de dag der voldoening;
15 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;