ECLI:NL:RBZWB:2024:7932
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 2009 met een oppervlakte van 170 m² en een perceel van 412 m². De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vastgesteld op €607.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023 opgelegd. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt een maximale waarde van €545.000.
De rechtbank beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen worden vergeleken en gecorrigeerd voor verschillen zoals oppervlakte, ligging en uitstraling. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd met vier referentiewoningen, waarbij een getaxeerde waarde van €650.000 is vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen geschikt zijn en dat de correcties en grondstaffels adequaat zijn toegepast.
Belanghebbende heeft de grondstaffels en de waardering van de uitstraling en ligging betwist, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. De rechtbank acht de lagere uitstraling van referentiewoningen aannemelijk en handhaaft de hogere score voor de woning van belanghebbende. Ook het taxatierapport van belanghebbende overtuigt niet vanwege methodologische tekortkomingen.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de WOZ-waarde van €607.000 en verklaart het beroep ongegrond.