ECLI:NL:RBZWB:2024:7953
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich op 18 november 2020 ziek met diverse klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 31 januari 2022 op grond van een beoordeling dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiser maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van twee verzekeringsartsen en concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig en volledig was verricht. De klachten van eiser, waaronder psychische en fysieke beperkingen, zijn meegenomen in de beoordeling. De verzekeringsartsen stelden dat eiser niet volledig arbeidsongeschikt is en dat er geen medische reden is voor een urenbeperking.
Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser geschikt is voor bepaalde functies die vergelijkbaar zijn met zijn eigen werk. De rechtbank vond de toelichting van het UWV en de verzekeringsartsen voldoende gemotiveerd en zag geen reden om de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid te betwisten.
Omdat eiser geen gronden aanvoerde tegen de berekening van de arbeidsongeschiktheid, bevestigde de rechtbank dat deze minder dan 35% bedraagt. Hierdoor is het recht op Ziektewetuitkering komen te vervallen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 31 januari 2022 bevestigd.