ECLI:NL:RBZWB:2024:7971
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting en belastingrente 2019-2020
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak, maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2019 en 2020 en de daarbij behorende belastingrentebeschikkingen. De inspecteur had de aftrek van voorbelasting gecorrigeerd omdat belanghebbende geen facturen had overgelegd en de zakelijkheid van de leveringen en diensten niet aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank behandelde de zaak op zitting waarbij belanghebbende niet aanwezig was. Belanghebbende had meerdere verzoeken tot uitstel en wrakingsverzoeken ingediend, welke waren afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het hoor- en inzagerecht niet was geschonden, aangezien belanghebbende meerdere keren was uitgenodigd voor een hoorgesprek en het dossier kon inzien, maar hier geen gebruik van maakte.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende niet had aangetoond dat de ingekochte goederen en diensten waren gebruikt voor belaste handelingen, terwijl de inspecteur dit gemotiveerd betwistte. Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd en bleef ook de belastingrente in stand. De beroepen werden ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen omzetbelasting 2019 en 2020 en de belastingrentebeschikkingen worden ongegrond verklaard.