ECLI:NL:RBZWB:2024:7972
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslagen parkeerbelasting en bezwaartermijn
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 november 2024 de beroepen van belanghebbende tegen twee uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg betreffende naheffingsaanslagen parkeerbelasting.
De eerste naheffingsaanslag betrof een constatering op 11 februari 2023 dat geen parkeerbelasting was voldaan voor een geparkeerde auto. Het bezwaar werd door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn. Belanghebbende voerde aan dat zij meerdere naheffingsaanslagen tegelijk had verzameld om bezwaar te maken, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen verschoonbare reden was en bevestigde de niet-ontvankelijkheid.
De tweede naheffingsaanslag betrof een constatering op 30 maart 2023 dat de auto geparkeerd stond zonder geldige parkeervergunning en zonder betaling van parkeerbelasting. Belanghebbende stelde dat zij verwarring had over de geldigheid van haar vergunning, maar de rechtbank stelde vast dat zij op dat moment op de hoogte had moeten zijn van het verlopen van de vergunning. De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank wees de beroepen ongegrond, waardoor de naheffingsaanslagen in stand blijven. Tevens werd belanghebbende geen proceskostenvergoeding toegekend. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.