ECLI:NL:RBZWB:2024:7974

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
21 november 2024
Zaaknummer
BRE - 22 _ 5449
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, dat bezwaar is door de heffingsambtenaar ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank, maar dit beroep is één dag na de wettelijke termijn van zes weken ingediend.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de beroepstermijn begon op 12 oktober 2022 en eindigde op 22 november 2022 om 24.00 uur. Het beroepschrift werd op 23 november 2022 ontvangen, waardoor het te laat was. De gemachtigde van belanghebbende voerde aan dat een technisch probleem de digitale indiening op 22 november verhinderde, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen verschoonbare reden is.

De rechtbank benadrukte dat de gemachtigde als professioneel rechtsbijstandverlener bekend moet zijn met de termijn en dat het wachten tot het laatste moment het risico op overschrijding met zich meebrengt. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de inhoudelijke beoordeling van het beroep achterwege blijft en de naheffingsaanslag in stand blijft.

Belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/5449
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 19 november 2024 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 11 oktober 2022 het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [nummer] (de naheffingsaanslag) ongegrond verklaard.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar op 19 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde en namens de heffingsambtenaar R. Onwijn. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Overwegingen

2. Beroep tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar moet worden gemaakt binnen zes weken. [1] De termijn begint te lopen met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. [2] Een beroepschrift is tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3]
2.1.
Aangezien de uitspraak op bezwaar op (dinsdag) 11 oktober 2022 naar belanghebbende is verzonden, is de termijn voor het indienen van het beroep begonnen op (woensdag) 12 oktober 2022 om 00.00 uur. Dit betekent dat de termijn eindigt op (dinsdag) 22 november 2022 om 24.00 uur. Op dat moment is immers de termijn van zes weken, 42 dagen van 24 uur, verstreken binnen welke het beroepschrift moet zijn ontvangen. De andersluidende opvatting van de gemachtigde dat de termijn eindigde op woensdag 23 november 2022 is dus onjuist.
2.2.
Het beroepschrift is digitaal ingediend en op 23 november 2022 door de rechtbank ontvangen. Het beroepschrift is één dag buiten de termijn, en dus te laat, ingediend. Het beroep moet dan in beginsel niet-ontvankelijk worden verklaard, tenzij de termijnoverschrijding verschoonbaar is, dat wil zeggen dat belanghebbende van het niet (tijdig) indienen geen verwijt kan worden gemaakt.
2.3.
Daartoe heeft de gemachtigde aangevoerd dat het de bedoeling was om het beroepschrift op 22 november 2022 digitaal in te dienen, maar dat dit vanwege een technisch probleem niet is gelukt. Op 23 november 2022 heeft hij contact gezocht met het servicecentrum van de rechtbank om te onderzoeken waarom het beroep niet digitaal kon worden ingediend en is het uiteindelijk wel gelukt om het beroep digitaal in te dienen.
2.4.
De omstandigheid dat het digitaal indienen van het beroep op 22 november 2023 vanwege een technische probleem niet is gelukt, is in dit geval geen reden om de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar te achten. De gemachtigde heeft tot het allerlaatste moment gewacht met het indienen van het beroepschrift en daarmee het risico genomen dat het niet tijdig meer zou lukken om (digitaal) een beroepschrift in te dienen. De consequenties van deze handelwijze, die zich in dit geval hebben geopenbaard, blijven voor rekening van belanghebbende. Dat de gemachtigde op 22 november 2022 in de veronderstelling verkeerde dat hij nog één dag de tijd had om het beroepschrift in te dienen en dus de wettelijke beroepstermijn per abuis verkeerd heeft opgevat, is ook geen reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De gemachtigde presenteert zichzelf immers als een professioneel rechtsbijstandverlener en wordt daarom geacht bekend te zijn met de duur van de beroepstermijn.
2.5.
Het beroep is naar het oordeel van de rechtbank niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

Conclusie

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep en de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft.
3.1.
Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, krijg belanghebbende geen vergoeding van zijn proceskosten en krijgt hij ook het griffierecht niet terug.
3.2.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.M. Houben, griffier, op 19 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Artikel 6:7 en Pro 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.
3.Artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.