ECLI:NL:RBZWB:2024:7974
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, dat bezwaar is door de heffingsambtenaar ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank, maar dit beroep is één dag na de wettelijke termijn van zes weken ingediend.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de beroepstermijn begon op 12 oktober 2022 en eindigde op 22 november 2022 om 24.00 uur. Het beroepschrift werd op 23 november 2022 ontvangen, waardoor het te laat was. De gemachtigde van belanghebbende voerde aan dat een technisch probleem de digitale indiening op 22 november verhinderde, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen verschoonbare reden is.
De rechtbank benadrukte dat de gemachtigde als professioneel rechtsbijstandverlener bekend moet zijn met de termijn en dat het wachten tot het laatste moment het risico op overschrijding met zich meebrengt. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de inhoudelijke beoordeling van het beroep achterwege blijft en de naheffingsaanslag in stand blijft.
Belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.