ECLI:NL:RBZWB:2024:800
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering voorschot kinderopvangtoeslag 2022
Eiser had in 2022 een relatie met zijn ex-partner en woonde met haar en hun drie kinderen samen, waarbij zij elkaars toeslagpartners waren. Na de relatiebreuk in april 2022 verhuisde eiser naar een ander adres en zette hij de kinderopvangtoeslag stop. De Belastingdienst/Toeslagen herzag het voorschot meerdere malen en stelde vast dat eiser vanaf mei 2022 geen recht meer had op kinderopvangtoeslag.
Eiser voerde aan dat zijn ex-partner de toeslag met terugwerkende kracht had aangevraagd terwijl hij de kosten voor de kinderopvang had betaald, en dat hij daardoor onterecht moest terugbetalen. De rechtbank oordeelde dat het recht op kinderopvangtoeslag afhankelijk is van inschrijving van het kind op hetzelfde adres als de belanghebbende, tenzij sprake is van co-ouderschap, wat hier niet het geval was.
De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht het voorschot had herzien en het bedrag teruggevorderd, omdat eiser geen recht meer had op toeslag na zijn verhuizing. Er waren geen bijzondere omstandigheden die matiging van de terugvordering rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser moet de toeslag terugbetalen zonder vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening en terugvordering van kinderopvangtoeslag 2022 wordt ongegrond verklaard en eiser moet het voorschot terugbetalen.