Betrokkene is in 2017 veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf en tbs met verpleging van overheidswege wegens opzettelijke vrijheidsberoving. De tbs is sinds februari 2018 van kracht en werd in januari 2022 voor twee jaar verlengd. De officier van justitie verzocht verlenging van de tbs met een jaar, hetgeen betrokkene en zijn raadsman onderschreven.
De tbs-instelling Fivoor rapporteert dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, zwakbegaafdheid, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis in remissie. Hoewel betrokkene stabiel functioneert, medicatietrouw is en gemotiveerd deelneemt aan zijn resocialisatietraject, blijft het recidiverisico matig tot hoog. Impulsieve agressiedoorbraken blijven een risico vanwege zijn geringe draagkracht.
De rechtbank stelt vast dat het wettelijke criterium voor verlenging van de tbs – een nog aanwezig recidivegevaar voortvloeiend uit een ziekelijke stoornis – wordt voldaan. De voortzetting van zorg en toezicht is noodzakelijk om stabiliteit te waarborgen en verdere resocialisatie mogelijk te maken. De rechtbank verlengt daarom de tbs met een jaar en benadrukt dat betrokkene zijn impulsieve gedrag onder controle moet houden en zijn werk moet behouden. Bij stabiele situatie kan een voorwaardelijke beëindiging volgen.