ECLI:NL:RBZWB:2024:802
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij misbruik van procesrecht in huurovereenkomst
In deze civiele bodemzaak stond de vraag centraal of werkelijk gemaakte proceskosten vergoed moeten worden nadat eiseres haar vorderingen had ingetrokken. De zaak betrof een huurovereenkomst voor kantoorruimte waarbij gedaagde een huurachterstand had. Op de dag van betekening van de dagvaarding was de achterstand echter al voldaan, en eiseres had de procedure on hold gezet.
Desondanks werd de procedure voortgezet door een gemachtigde die niet op de hoogte was van de afspraak, waardoor gedaagde onnodig proceskosten maakte. Eiseres trok vervolgens haar vorderingen in, zodat alleen de proceskostenbeslissing resteerde.
De kantonrechter oordeelde dat het instellen en handhaven van de vordering ondanks de betaling en afspraak misbruik van procesrecht vormde. Daarom had gedaagde recht op vergoeding van haar werkelijk gemaakte proceskosten, die na inhoudelijke beoordeling van de facturen en bezwaren werden vastgesteld op € 6.596 exclusief btw.
Eiseres werd veroordeeld tot betaling van deze kosten en de wettelijke rente, met uitvoerbaarheid bij voorraad. Dit vonnis benadrukt het belang van goede communicatie en instructie aan gemachtigden om onnodige procedures en kosten te voorkomen.
Uitkomst: Eiseres wordt veroordeeld tot betaling van € 6.596 aan proceskosten wegens misbruik van procesrecht.