De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2023, vanwege ernstige bedreiging van diens ontwikkeling door het ontbreken van structureel contact met de moeder en de moeizame communicatie tussen ouders. Sinds juli 2024 is er een minimale contactregeling, maar praktische en financiële belemmeringen zorgen ervoor dat deze vaak niet wordt nageleefd.
Zowel de moeder als de vader stemden in met het verzoek. De moeder gaf aan door financiële problemen en blokkades op social media beperkt contact met de minderjarige te hebben, wat haar mentale gezondheid beïnvloedt. De vader erkende het belang van contact maar stelde dat de moeder de omgangsregeling niet altijd naleeft. De GI onderschreef het verzoek en benadrukte het belang van contact met beide ouders en de noodzaak van een regievoerder.
De kinderrechter oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zijn vervuld. De ontwikkeling van de minderjarige wordt ernstig bedreigd door het ontbreken van onbelast contact met beide ouders en de gespannen communicatie. Ouders zijn niet in staat de problemen vrijwillig op te lossen, waardoor gedwongen hulpverlening noodzakelijk is.
De kinderrechter stelde de minderjarige onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering Regio West voor twaalf maanden, met de opdracht om contact tussen minderjarige en moeder uit te breiden en interculturele hulpverlening in te schakelen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gesteld en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2024.