Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
- Dat de heffingsambtenaar ter zitting heeft verklaard dat de berekening van de eenheidsprijs per vierkante meter van [adres 3] onjuist is;
- Dat de heffingsambtenaar niet heeft betwist dat er een rapportage bestaat, opgemaakt door de gemeente, waaruit blijkt dat de woning van belanghebbende onderhavig is aan geluidsoverlast van de A58;
- Dat onvoldoende is weersproken de stelling van belanghebbende dat alle drie de referentiewoningen een luxere uitstraling hebben, hoger afwerkingsniveau en/of betere voorzieningen, hetgeen in de waardematrix niet tot uitdrukking komt.
4.Conclusie en gevolgen
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de WOZ-waarde van de woning tot een bedrag van € 1.000.000;
- vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50,00 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 34,44 aan proceskosten aan belanghebbende.