ECLI:NL:RBZWB:2024:8060
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouwstop en last onder dwangsom rijksmonument
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen waarin een bouwstop en een last onder dwangsom werden opgelegd voor (ver)bouwwerkzaamheden aan een rijksmonument. Deze besluiten betroffen het pand aan twee adressen te een plaats.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 20 november 2024, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde afwezig waren. Kort daarna heeft het college de bestreden besluiten ingetrokken, omdat verzoeker de geconstateerde overtredingen had opgeheven. De intrekking werd bevestigd met een besluit van 6 november 2024.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen als er ook een bodemprocedure loopt. Nu de overtredingen waren opgeheven en de besluiten waren ingetrokken, was het verzoek feitelijk beantwoord. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om het college te veroordelen in proceskosten of het griffierecht terug te betalen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Eventuele discussie over schade of proceskosten kan in de bezwaarprocedure worden voortgezet. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.J. Schouw op 26 november 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwstop en last onder dwangsom wordt afgewezen omdat de overtredingen zijn opgeheven en de besluiten zijn ingetrokken.