Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de toekenning van een WIA-uitkering en stelt dat het UWV niet tijdig op haar bezwaar heeft beslist. De rechtbank beoordeelt dat het UWV de beslistermijn van uiterlijk 29 juli 2024 heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling op 31 juli 2024.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt zij een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat het UWV te laat is. De reeds verschuldigde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres, omdat het beroep kennelijk gegrond is. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 27 november 2024.