WonenBreburg vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens een huurachterstand van meer dan drie maanden. Huurder 1 erkent de achterstand en wil een betalingsregeling treffen, terwijl huurder 2 stelt sinds 2018 niet meer in de woning te wonen en weigert te betalen.
De rechtbank stelt vast dat huurder 2 inderdaad sinds 2018 niet meer woonachtig is en veroordeelt hem niet tot betaling van de huurachterstand. Huurder 1 woont met vijf minderjarige kinderen in de woning en is verantwoordelijk voor de huurachterstand. De kantonrechter wijst de vordering tot ontbinding en ontruiming tegen huurder 1 toe, maar benadrukt het belang van de kinderen en de bereidheid van huurder 1 om begeleiding te accepteren.
WonenBreburg zal het vonnis gebruiken als stok achter de deur om huurder 1 te stimuleren hulp te zoeken. Daarnaast wordt huurder 1 veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, maandelijkse gebruiksvergoeding vanaf juni 2024, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Huurder 2 wordt alleen veroordeeld tot betaling van incassokosten en proceskosten vanwege zijn formele huurderstatus.
De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.