ECLI:NL:RBZWB:2024:808
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging persoonsgebonden budget wegens overschrijding uren en gebrekkige zorgovereenkomst
Eiser had een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (WLZ) dat door het Zorgkantoor met ingang van 1 augustus 2021 werd beëindigd vanwege structureel meer dan 40 uur per week gedeclareerde zorguren en het ontbreken van een gewijzigde zorgovereenkomst met vast maandloon en uren. Eiser maakte bezwaar tegen deze beëindiging, maar het Zorgkantoor handhaafde het besluit. Tijdens de zitting werd het onderzoek geschorst om overleg tussen partijen mogelijk te maken over benodigde stukken.
Het Zorgkantoor herberekende vervolgens het pgb over 2021 en kende een bedrag van € 45.298,02 toe. Eiser vorderde ook een besluit over 2022 en stelde dat de incassokosten ten onrechte in rekening waren gebracht bij de terugvordering over 2020. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het eerste bestreden besluit niet-ontvankelijk was, omdat het tweede besluit het eerste wijzigde en eiser geen belang meer had bij beoordeling daarvan.
De rechtbank stelde vast dat het Zorgkantoor ten onrechte niet had beslist op het verzoek om wettelijke rente over de nabetaling van 2021 en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit gegrond. Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werd toegewezen. Daarnaast werd het Zorgkantoor veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit gegrond met toekenning van wettelijke rente en proceskostenvergoeding.