Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 oktober 2024, met producties 1 tot en met 10;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 12;
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens pleitaantekeningen, met producties 11 en 12.
2.De feiten
- zij zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2005 tot [datum 2] 2024.
- bij dagvaarding in kort geding van 25 oktober 2023 heeft de man, samengevat, gevorderd:
- bij vonnis in kort geding van 15 november 2023 zijn deze vorderingen van partijen
- bij (tussen)beschikking in de echtscheidingsprocedure van 19 april 2024 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en in het kader van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap, voor zover van belang, het volgende beslist:
gelast, uitvoerbaar bij voorraad, de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen als volgt:
aanzien van de kinderalimentatie en de verdeling, meer specifiek tegen aanzien van
rechtsoverweging 5.6. De verweertermijn voor de vrouw liep nog ten tijde van de
mondelinge behandeling in deze procedure.
gevorderd:
wat betekent dat de woning te [plaats 1] en de twee appartementen te
[plaats 3] binnen twee weken na de datum van het vonnis aan de man worden
toegedeeld/notarieel geleverd (met de daarvoor benodigde handelingen) en te
bepalen dat als de vrouw niet meewerkt, het vonnis in kort geding daarvoor in de plaats komt, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.
beslechting van alle rechtsvorderingen van partijen, voortvloeiend uit hun echtscheiding over en weer.
een memorie van antwoord ingediend.
3.De vorderingen
en [woonplaats 1] door de vrouw te gelde kunnen worden gemaakt met een rechterlijke
machtiging van de vrouw daartoe en een door de man te verbeuren dwangsom van
€ 1.000,= per dag bij niet meewerken aan die verkoop;
door de deurwaarder wordt gestaakt en gestaakt wordt gehouden, op verbeurte van
een dwangsom van € 1.000,= voor iedere dag dat de man daaraan niet meewerkt;