ECLI:NL:RBZWB:2024:809
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking beroep wegens alsnog inhoudelijke behandeling bezwaar
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda waarin haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij geen gronden binnen de gestelde termijn had ingediend. Hierdoor werd haar bezwaar niet inhoudelijk behandeld. Na het instellen van beroep besloot het college echter, uitgaande van de menselijke maat, alsnog het bezwaar inhoudelijk te behandelen. Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht de rechtbank om het college te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren. Het college handhaafde zijn standpunt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard, maar erkende dat het uit menselijke overwegingen alsnog het bezwaar inhoudelijk behandelde. De rechtbank oordeelde dat het college hiermee gedeeltelijk aan verzoekster was tegemoetgekomen en dat dit een grond is voor proceskostenvergoeding.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legde het college op € 875,- aan proceskosten te vergoeden, gelijk aan het griffierecht van € 50,-. De rechtbank zag geen reden om een lagere vergoeding toe te kennen omdat het beroepschrift inhoudelijk was ingediend. De uitspraak werd gedaan door rechter L.P. Hertsig op 8 februari 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 875 aan proceskosten en € 50 aan griffierecht aan verzoekster.