Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(dossier Charlie).
3.De procesafspraken
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 20 maanden;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 november 2024 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van productie, handel en bezit van synthetische drugs in de periode van november 2022 tot januari 2023. De zaak kenmerkte zich door procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, waarbij verdachte een deels bekennende verklaring aflegde en afstand deed van inhoudelijke verweren.
De bewezenverklaring omvatte onder meer het medeplegen van het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen en vervoeren van MDMA en aanverwante middelen, het huren en gebruiken van ruimtes voor opslag en productie, het onderhouden van contacten via telefoons en chatberichten, en het verrichten van voorbereidingshandelingen. De rechtbank achtte de strafbaarheid bewezen op basis van dossierstukken en bevestigde dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan ernstige drugshandel.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 20 maanden op, conform de procesafspraken, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van synthetische drugs, en de eerdere justitiële contacten van verdachte. De straf is gematigd ten opzichte van de gebruikelijke 30 maanden vanwege de efficiënte afwikkeling van de zaak door de procesafspraken en de medewerking van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplegen van grootschalige productie en handel in synthetische drugs.