Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(dossier Charlie).
3.De procesafspraken
- het Openbaar Ministerie zal een gevangenisstraf vorderen voor de duur van 147 dagen, met aftrek van voorarrest (zijnde 147 dagen) en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast wordt een werkstraf geëist voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis;
- verdachte zal binnen een week na ondertekening van de procesafspraken alle ingediende onderzoekswensen intrekken, geen nadere onderzoekswensen indienen en geen (inhoudelijke of rechtmatigheids-)verweren voeren;
- verdachte legt geen bekennende verklaring af. De verdediging zal, door ondertekening van deze procesafspraken, aangeven dat de feiten en kwalificaties zoals tussen Openbaar Ministerie en verdediging vastgesteld in Bijlage A van de procesafspraken niet worden ontkend. Er zal geen inhoudelijk verweer worden gevoerd;
- vanuit de verdediging en het Openbaar Ministerie zal geen hoger beroep worden ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- verdachte doet afstand van de in Bijlage B van de procesafspraken benoemde goederen.
(vgl. ECLI:NL:HR:2022:1252).
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 147 dagen;
een gevangenisstraf van vijftien maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen.