Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2024 in de zaak tussen
[eiser 4], uit [plaats 1] , eisers
[vergunningshoudster] B.V.uit [plaats 2] (vergunninghoudster).
Inleiding
Totstandkoming van de besluiten
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
“1.2. Locatiecriteria
voorkeursvolgordevoor plaatsing van een mast, antennes of camera’s e.d. wordt gehanteerd:
zuidelijkedeel:
.De antennes moeten ‘vrij zicht’ hebben op het spoor, zonder obstructies en zij moeten zoveel mogelijk ‘in lijn’ staan met het spoor voor een goede ‘hand-over’. De rechtbank acht dit aannemelijk. Voor zover eisers dit betwisten, had het naar het oordeel van de rechtbank op hun weg gelegen om een tegenonderzoek in het geding te brengen, waaruit blijkt dat de antennes ook buiten het gebied dat is aangegeven met de oranje cirkel naar behoren zouden kunnen functioneren.
waarbij de plaatsing absoluut noodzakelijk is om “witte vlekken” in de dekking te voorkomen. Dit betekent dat wel moet worden aangetoond dat er geen alternatieven voorhanden zijn.” De rechtbank overweegt dat die situatie hier mogelijk aan de orde is. Het college heeft gesteld dat zij onderzoek heeft gedaan naar diverse alternatieve locaties, maar dat er geen alternatieve locaties zijn (binnen het zoekgebied) waarmee een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt. Het college heeft echter nagelaten om dit te onderbouwen met stukken, waaruit blijkt welke alternatieve locaties zijn onderzocht en wat de bevindingen van dat onderzoek precies waren. De stukken waar vergunninghoudster tijdens de zitting aan heeft gerefereerd, zijn bij eisers en de rechtbank niet bekend. Ook op dit punt kleeft er naar het oordeel van de rechtbank dus een motiveringsgebrek aan de bestreden besluiten.
Beslissing
twee wekenna de datum van verzending van deze tussenuitspraak de rechtbank mee te delen of het gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen;
zes wekenna de datum van verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen in deze tussenuitspraak;