Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [naam 1] , dochter van betrokkene;
- mevrouw [naam 2] , dochter van betrokkene;
- dr. [naam 3] , specialist ouderengeneeskunde;
- mevrouw [naam 4] , coassistente.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die sinds 11 november 2024 is opgenomen na een beschikking van de burgemeester van Tilburg.
Betrokkene kampt met geheugenstoornissen en emotionele ontregeling, mede veroorzaakt door de ziekte van Alzheimer en mogelijk een stemmingsstoornis. Haar gedrag leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid van anderen. Het incident waarbij haar rijbewijs werd ingenomen door het CBR leidde tot escalatie, met uitingen van zelfbeschadiging en slechte zelfzorg.
De rechtbank oordeelt dat het ernstig nadeel onmiddellijk dreigend is en dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en geschikt is om dit te voorkomen. Betrokkene verzet zich tegen haar verblijf en toont fysiek verzet. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar omdat zij geen ambulante hulp toelaat en haar dochters niet 24-uurs zorg kunnen bieden.
De machtiging wordt verleend voor zes weken tot en met 27 december 2024. In deze periode zal worden ingezet op stabilisatie en onderzoek naar mogelijke terugkeer naar huis met ambulante zorg. De beschikking is mondeling gegeven op 15 november 2024 en schriftelijk vastgelegd op 29 november 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.