Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [naam 1] , de zoon van betrokkene;
- mevrouw [naam 2] , zorgverantwoordelijke bij [thuiszorg] (telefonisch).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1936, die lijdt aan een psychogeriatrische aandoening in de vorm van dementie. Betrokkene verblijft momenteel in een ziekenhuis en wordt bijgestaan door een advocaat. Tijdens de mondelinge behandeling werden ook de zoon van betrokkene en een zorgverantwoordelijke van de thuiszorg gehoord.
De rechtbank overwoog dat de diagnose dementie, reeds gesteld in 2021 en bevestigd door een onafhankelijke arts, niet werd betwist. Het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is gedesoriënteerd, kampt met geheugenstoornissen, is fors afgevallen door onvoldoende en ongezonde voeding, en is valgevaarlijk. Zelfzorg is niet meer mogelijk en betrokkene kan niet adequaat alarmeren.
De opname en het verblijf in het ziekenhuis zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Minder bezwarende alternatieven, zoals thuiszorg, zijn onvoldoende omdat continu toezicht en zorg nodig zijn. Betrokkene verzet zich tegen opname in een woonzorgcentrum, wat de rechtbank als verzet in de zin van de Wet zorg en dwang (Wzd) kwalificeert.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van instemming van betrokkene, voldoet de situatie aan de wettelijke vereisten voor een rechterlijke machtiging. De rechtbank verleent daarom de machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden, tot en met 15 mei 2025.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene voor zes maanden wegens dementie en ernstig nadeel.