ECLI:NL:RBZWB:2024:8154
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag en verzuimboete BPM wegens niet-doorgeven ondernemersvrijstelling
Belanghebbende was houder van een bestelauto en had op het moment van inschrijving recht op de ondernemersvrijstelling voor BPM. Bij verkoop van de bestelauto binnen vijf dagen na inschrijving heeft belanghebbende nagelaten de ondernemersvrijstelling door te schuiven naar de nieuwe houder, waardoor de (rest) BPM verschuldigd werd.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag van €4.644 en een verzuimboete van €464 op, welke belanghebbende betwistte. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat de BPM niet is voldaan. De verzuimboete is eveneens terecht opgelegd vanwege betalingsverzuim zonder dat belanghebbende feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die schuld uitsluiten.
Hoewel de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met zes maanden is overschreden, is de boete lager dan €1.000 en ziet de rechtbank geen aanleiding tot matiging. Het beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht wordt toegewezen. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete blijven in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de naheffingsaanslag BPM en de verzuimboete.