ECLI:NL:RBZWB:2024:8171

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
29 november 2024
Zaaknummer
RK 24-019654
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 SvArt. 552d lid 2 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring klager in beslagleggingsklacht Audi na teruggavebesluit

Klager diende een klaagschrift in tegen het beslag op zijn Audi, stellende dat hij eigenaar is en bezwaard wordt door het voortduren van het beslag. De rechtbank behandelde de klacht op 5 november 2024, waarbij klager en zijn raadsman niet verschenen. De officier van justitie stelde dat klager niet-ontvankelijk is omdat op 22 oktober 2024 al is besloten tot teruggave van de Audi.

De rechtbank oordeelde dat het klaagschrift tijdig was ingediend en dat zij bevoegd was tot afdoening. Uit de stukken bleek dat de teruggavebeslissing was genomen en de uitvoering daarvan was ingezet, waardoor klager geen belang meer had bij de klacht.

Daarom verklaarde de rechtbank klager niet-ontvankelijk in zijn beklag. De beslissing werd genomen door rechter J.C. Gillesse en uitgesproken op 19 november 2024. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht tegen het beslag omdat de Audi reeds is teruggegeven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 24-019654
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[de klager],
geboren op [datum ] 1971 te [plaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. J.C.B. Dionisius, advocaat te Breda (Ginnekenweg 241, 4835 NB Breda),
hierna te noemen: de klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 7 augustus 2024 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt dat op 18 juni 2024 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen hem in beslag is genomen: een personenauto, merk Audi, voorzien van het [kenteken] (hierna: de Audi);
  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
  • een e-mail van afdeling Beslag van 24 oktober 2024 inhoudende een beslissing tot teruggave en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 5 november 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis gehoord.
Klager en de raadsman zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de onder hem inbeslaggenomen Audi en wordt bezwaard bij voortduring van het beslag.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn beslag nu er op 22 oktober 2024 is beslist tot teruggave van de Audi aan klager en hij geen belang meer heeft.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
Uit de onderliggende stukken begrijpt de rechtbank dat er op 22 oktober 2024 is beslist tot teruggave van de Audi aan klager en dat de opdracht hiertoe is uitgezet bij Domeinen Roerende Zaken voor de feitelijke afhandeling. Nu er reeds een last tot teruggave is gegeven heeft klager geen belang meer en zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 19 november 2024 genomen door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 19 november 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).