ECLI:NL:RBZWB:2024:8187

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 september 2024
Publicatiedatum
29 november 2024
Zaaknummer
10731270 CV EXPL 23-2947 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Roose
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:61 lid 2 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering bonusbetaling wegens gebrek aan vertegenwoordigingsbevoegdheid

Lexdent vordert betaling van een bonus van BlinQ, stellende dat een bonusafspraak was gemaakt met een contactpersoon die bevoegd was om namens BlinQ te handelen. BlinQ betwist de vertegenwoordigingsbevoegdheid van deze contactpersoon en stelt dat beslissingen over de bonus niet zelfstandig konden worden genomen.

De kantonrechter beoordeelt of Lexdent op grond van gedragingen of verklaringen redelijkerwijs mocht aannemen dat de contactpersoon gemachtigd was. Lexdent heeft onvoldoende concrete feiten gesteld om deze schijn van bevoegdheid te onderbouwen. BlinQ heeft gemotiveerd betwist dat de contactpersoon zelfstandig beslissingen kon nemen en verwijst naar interne communicatie waaruit blijkt dat overleg met andere functionarissen noodzakelijk was.

De rechtbank hecht ook waarde aan de verklaring van een andere betrokkene die aangaf dat vanaf 2019 een andere opdrachtgever verantwoordelijk was, waardoor Lexdent had moeten weten dat de contactpersoon niet meer zelfstandig bevoegd was. Gezien deze omstandigheden wordt de vordering afgewezen. Lexdent wordt veroordeeld in de proceskosten en BlinQ krijgt een betaling toegewezen voor incassokosten en wettelijke rente.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de bonus wordt afgewezen wegens gebrek aan vertegenwoordigingsbevoegdheid.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 10731270 \ CV EXPL 23-2947
Vonnis van 25 september 2024
in de zaak van
LEXDENT B.V.,
te Vught,
eisende partij,
hierna te noemen: Lexdent,
gemachtigde: mr. J.J.F.M. Konings,
tegen
BLINQ TANDARTSENGROEP B.V., M.H.O.D.N. BLINQ TANDARTSEN,
te Oosterhout,
gedaagde partij,
hierna te noemen: BlinQ,
gemachtigde: mr. T.T.G.M. Roovers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 juli 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van Lexdent;
- de antwoordakte van BlinQ.
1.2.
Bij tussenvonnis van 3 juli 2024 heeft de kantonrechter Lexdent in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op BlinQ’s stelling dat [naam 1] , op het moment dat de bonusafspraak volgens Lexdent werd gemaakt, niet bevoegd was om (zelfstandig) een dergelijke beslissing namens BlinQ te nemen. BlinQ mocht daarop reageren. In haar akte heeft Lexdent zich echter vervolgens ook uitgelaten over andere stellingen van BlinQ en daarna is BlinQ bij antwoordakte hierop ingegaan. Deze standpunten van beide partijen die niet zien op de vraag of [naam 1] bevoegd was om BlinQ te vertegenwoordigen, zullen bij de verdere beoordeling van het geschil niet worden meegewogen. Verder heeft de kantonrechter in het hiervoor genoemde tussenvonnis overwogen dat BlinQ een bedrag van € 1.069,90 aan Lexdent verschuldigd is in verband met een vergoeding voor incassokosten. Ook is BlinQ de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) verschuldigd over dit bedrag vanaf 4 september 2023.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Lexdent heeft niet, althans onvoldoende, weersproken dat [naam 1] onbevoegd was om namens BlinQ een beslissing te nemen over het betalen van een bonus. Op dit punt wordt dan ook niet aan bewijslevering toegekomen. Daarmee resteert de vraag of Lexdent op grond van een verklaring of gedraging van BlinQ en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat BlinQ aan [naam 1] daartoe een toereikende volmacht had verleend (artikel 3:61 lid 2 BW Pro). De kantonrechter oordeelt dat dit niet zo is. Daarover wordt het volgende overwogen.
2.2.
Het is aan Lexdent om concrete feiten en omstandigheden te stellen en, als deze voldoende gemotiveerd worden betwist, te bewijzen, waaruit blijkt dat Lexdent redelijkerwijs mocht aannemen dat [naam 1] gemachtigd was om de gestelde bonusafspraak te maken. Lexdent heeft in dat kader enkel aangevoerd dat [naam 1] destijds de operationeel leider was. BlinQ weerspreekt deze stelling. Zo schrijft zij in haar antwoordakte dat de directeur van DentConnect, de heer Van den Hamsvoort, destijds op de praktijk van BlinQ is langsgekomen om de wijziging en aanstaande overname aan te kondigen, te bespreken en toe te lichten. Ook heeft [naam 1] dit traject volgens BlinQ uitgebreid met [naam 2] besproken, waarbij hij duidelijk zou hebben aangegeven dat hij bepaalde onderwerpen eerst intern moest afstemmen en dat hij daar niet zelfstandig beslissingen over mocht nemen. BlinQ verwijst in het kader van haar betwisting verder naar de inhoud van het WhatsApp bericht van [naam 1] aan [naam 2] van 25 maart 2019:
“(…) Yes ga er druk op zetten (…)”.
2.3.
Tegenover deze gemotiveerde betwisting van BlinQ heeft Lexdent haar standpunt ten aanzien van de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter hecht daarbij waarde aan de eigen toelichting van [naam 2] tijdens de mondelinge behandeling. Hij heeft toen aangegeven dat DentConnect vanaf 2019 zijn nieuwe opdrachtgever was. Daaruit volgt dat [naam 2] wist of had moeten weten dat hij vanaf dat moment niet meer (alleen) bij [naam 1] terecht kon voor het maken van afspraken. Een aanwijzing daarvoor is ook te vinden in de woorden
“(…) Yes ga er druk op zetten (…)”. Het gebruik van deze woorden impliceert immers dat [naam 1] bij iemand anders druk moest gaan zetten. Het voorgaande brengt mee dat een eventuele toezegging van of afspraak met [naam 1] , voor zover daar al sprake van was, niet aan BlinQ kan worden tegengeworpen. De vordering tot betaling van de bonus zal daarom worden afgewezen.
2.4.
Lexdent is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BlinQ worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.015,00
(2,50 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.150,00
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt BlinQ tot betaling van € 1.069,90 aan Lexdent, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf 4 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt Lexdent in de proceskosten van € 1.150,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Lexdent niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.3.
veroordeelt Lexdent tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Roose en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024.