Lexdent vordert betaling van een bonus van BlinQ, stellende dat een bonusafspraak was gemaakt met een contactpersoon die bevoegd was om namens BlinQ te handelen. BlinQ betwist de vertegenwoordigingsbevoegdheid van deze contactpersoon en stelt dat beslissingen over de bonus niet zelfstandig konden worden genomen.
De kantonrechter beoordeelt of Lexdent op grond van gedragingen of verklaringen redelijkerwijs mocht aannemen dat de contactpersoon gemachtigd was. Lexdent heeft onvoldoende concrete feiten gesteld om deze schijn van bevoegdheid te onderbouwen. BlinQ heeft gemotiveerd betwist dat de contactpersoon zelfstandig beslissingen kon nemen en verwijst naar interne communicatie waaruit blijkt dat overleg met andere functionarissen noodzakelijk was.
De rechtbank hecht ook waarde aan de verklaring van een andere betrokkene die aangaf dat vanaf 2019 een andere opdrachtgever verantwoordelijk was, waardoor Lexdent had moeten weten dat de contactpersoon niet meer zelfstandig bevoegd was. Gezien deze omstandigheden wordt de vordering afgewezen. Lexdent wordt veroordeeld in de proceskosten en BlinQ krijgt een betaling toegewezen voor incassokosten en wettelijke rente.