Uitspraak
1.De procedure
- het mondelinge antwoord en de schriftelijke toelichting daarbij;
- de conclusie van repliek met productie;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft op 31 mei en 1 juni 2023 twee arbeidskrachten ter beschikking gesteld aan gedaagde en factureerde hiervoor een bedrag inclusief reistijdvergoeding. Gedaagde betaalde slechts een deel van de factuur. Eiser vordert betaling van het openstaande bedrag inclusief incassokosten en rente.
De kern van het geschil is of partijen een vergoeding voor de reistijd van de arbeidskrachten zijn overeengekomen. Eiser stelt dat telefonisch contact met een vertegenwoordiger van gedaagde heeft geleid tot instemming over reistijdvergoeding, maar gedaagde betwist dit. Eiser heeft zijn stelling onvoldoende onderbouwd, onder meer door het ontbreken van schriftelijke afspraken of bewijs van gebruik in de branche.
De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er overeenstemming was over vergoeding van reistijd. De vordering wordt daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, terwijl gedaagde een vergoeding krijgt voor reis-, verblijf- en verletkosten van de bestuurders die op de zitting verschenen.
Het vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en op 25 september 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vordering tot vergoeding reistijd arbeidskrachten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van overeenkomst.