Op 11 augustus 2024 werd verdachte staande gehouden op de A16 te Breda als enige inzittende van een auto met Duits kenteken. In een verborgen ruimte achter het kenteken werden tien gesealde pakketten met bijna 10 kilogram cocaïne aangetroffen. Verdachte gaf wisselende verklaringen over zijn reisdoel en bestemming, en verklaarde ter zitting dat hij door een kennis was benaderd om naar een tankstation in Venlo te rijden voor verdere instructies, zonder te weten wat hij vervoerde.
De rechtbank achtte de verklaring van verdachte ongeloofwaardig en concludeerde dat hij wetenschap had van de drugs in de auto, mede gelet op foto's van verdachte met soortgelijke pakketten op zijn telefoon en notities over verdovende middelen. De navigatie stond ingesteld op een tankstation nabij de Duitse grens, en verdachte had kort daarvoor de grensovergang bij Venlo gepasseerd. Dit leidde tot de conclusie dat sprake was van verlengde uitvoer van cocaïne.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 42 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met zijn jeugdige leeftijd en het recidiverisico. Daarnaast werd een eerder opgelegde voorwaardelijke straf van 2 maanden tenuitvoer gelegd wegens overtreding van de proeftijd. De inbeslaggenomen auto werd onttrokken aan het verkeer. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de maatschappelijke impact van internationale drugshandel.