Op 21 november 2022 vond een gewapende overval plaats bij een tankstation te Roosendaal waarbij een medeverdachte met een vuurwapen het pand binnenging en geld en sigaretten stal. Verdachte was eigenaar van de auto die bij de overval werd gebruikt, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs dat verdachte vooraf wetenschap had van de overval of medeplichtig was door vervoer te verschaffen, op de uitkijk te staan of het wapen te verhandelen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplichtigheid omdat verklaringen en chatberichten geen overtuigend bewijs boden dat verdachte opzettelijk behulpzaam was. Wel werd bewezen geacht dat verdachte op 6 januari 2023 zeven kogelpatronen van het kaliber 9 mm in bezit had, wat strafbaar is volgens de Wet wapens en munitie.
Verdachte legde een bekennende verklaring af omtrent het bezit van de munitie. De rechtbank achtte dit feit wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een geldboete van €350,00 met vervangende hechtenis van zeven dagen bij niet-betaling. Tevens werd de in beslag genomen munitie onttrokken aan het verkeer.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het ontbreken van bewijs voor medeplichtigheid en op de strafrechtelijke bepalingen omtrent het bezit van munitie. Verdachte werd strafbaar verklaard voor het bezit van munitie, maar vrijgesproken van het medeplichtigheidsfeit.