Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van UWV om de loongerelateerde uitkering van een voormalige werkneemster te wijzigen in een loonaanvullingsuitkering. UWV heeft niet tijdig beslist op dit bezwaar, ondanks een verlenging van de beslistermijn tot 12 juni 2024. Nadat eiser UWV op 13 juni 2024 in gebreke stelde en twee weken verstreken waren zonder besluit, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. UWV gaf aan dat een tekort aan verzekeringsartsen een achterstand veroorzaakte, waardoor het onduidelijk was wanneer een besluit zou volgen. De rechtbank vindt een termijn van twee weken te kort en legt daarom een termijn van vier maanden op om het bezwaar te behandelen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 2 december 2024.