Eiser heeft op 29 mei 2024 een verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal op grond van de Wet open overheid (Woo) om documenten openbaar te maken over de uitkoop van een supermarkt en aanpalende percelen. Het college heeft niet binnen de wettelijke termijn van vier weken, met een mogelijke verlenging van twee weken, een besluit genomen. Eiser stelde het college op 11 juli 2024 in gebreke en startte vervolgens een beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat het college niet tijdig heeft beslist. Het college heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben vanwege de noodzaak om documenten te beoordelen, belanghebbenden de gelegenheid te geven een zienswijze in te dienen, en vanwege geheimhouding die door de gemeenteraad moet worden beoordeeld. De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 31 december 2024, zodat het college de wettelijke verplichtingen kan nakomen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het college de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het college wordt ook verplicht het griffierecht van €187 aan eiser te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 2 december 2024.