ECLI:NL:RBZWB:2024:8251
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning te Middelburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Middelburg, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €565.000 per 1 januari 2022. De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van een taxatierapport en de aangevoerde argumenten.
De heffingsambtenaar gebruikte de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en gebruiksoppervlakte voldoende vergelijkbaar waren en recentelijk waren verkocht. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de correcties voor verschillen tussen de woningen, waaronder oppervlakte en voorzieningen.
Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en dat goedkopere woningen niet waren meegenomen, maar de rechtbank verwierp dit omdat de heffingsambtenaar mocht uitgaan van de best passende referentiewoningen. Ook het verschil in bouwjaar en de stijging ten opzichte van voorgaande jaren werden niet als voldoende zwaarwegend beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €565.000 wordt ongegrond verklaard.