Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van UWV van 3 januari 2024 waarin haar aanvraag om een WIA-uitkering werd afgewezen. Zij stelde UWV vervolgens in gebreke omdat er niet tijdig op haar bezwaar werd beslist. De rechtbank oordeelt dat UWV de beslistermijn, inclusief verlenging, heeft overschreden en dat het beroep daarom kennelijk gegrond is.
De rechtbank bepaalt dat UWV binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet beslissen. Gezien de noodzaak van een zorgvuldige medische beoordeling door een verzekeringsarts en mogelijk een arbeidsdeskundige, wordt een uiterste beslistermijn gesteld op 25 januari 2025. Voor elke dag dat UWV deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van €100,- opgelegd, met een maximum van €15.000,-.
Daarnaast moet UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden, omdat het beroep gegrond is verklaard. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt UWV op om alsnog een besluit op bezwaar te nemen binnen de gestelde termijn. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 december 2024.