ECLI:NL:RBZWB:2024:8298

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 december 2024
Publicatiedatum
5 december 2024
Zaaknummer
24/1628
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht tegen UWV-besluit

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit volgt uit het feit dat eiseres het griffierecht van €51,- niet heeft betaald binnen de gestelde termijnen en geen beroep heeft gedaan op betalingsonmacht.

De griffier heeft eiseres meerdere malen schriftelijk geïnformeerd over de betalingstermijnen en de gevolgen van het niet betalen. Ondanks deze aanmaningen heeft eiseres geen verontschuldiging gegeven voor het niet voldoen van het griffierecht.

De rechtbank concludeert dat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Hierdoor wordt het bestreden besluit van het UWV niet inhoudelijk beoordeeld en blijft het in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/1628

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2024 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

en

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft eiseres bij e-mail van 11 april 2024 een afschrift toegezonden van de nota van 9 april 2024 waarin staat dat het griffierecht binnen twee weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij e-mail van 18 juni 2024 eiseres een laatste termijn van vier weken gegeven om alsnog het griffierecht te voldoen dan wel om een beroep te doen op ‘betalingsonmacht’.
5. Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald en evenmin een beroep op betalingsonmacht gedaan.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 5 december 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.