ECLI:NL:RBZWB:2024:8313
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Voorn
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring na intrekking verzoek echtscheiding met nevenvorderingen
De man diende op 31 mei 2024 een verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvorderingen in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Na diverse processtukken en communicatie, waaronder e-mailberichten van de man in september en oktober 2024, trok hij op 18 oktober 2024 zijn verzoek in.
Omdat het verzoek volledig was ingetrokken, kon de rechtbank het verzoek niet meer inhoudelijk behandelen. Daarom verklaarde de rechtbank de man niet ontvankelijk in zijn verzoeken. De beschikking werd op 4 december 2024 in het openbaar uitgesproken door rechter Voorn, in aanwezigheid van griffier Krijger-de Keuning.
De beschikking vermeldt tevens de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak, via het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, door tussenkomst van een advocaat.
Uitkomst: De man wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken na intrekking van het verzoek tot echtscheiding met nevenvorderingen.