De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2008, vanwege ernstige bedreigingen in haar ontwikkeling en gedragsproblemen. De minderjarige verblijft momenteel op een besloten behandelgroep en vertoont problematisch gedrag dat niet onder controle te krijgen is in een open setting.
De kinderrechter heeft de zaak op 7 november 2024 met gesloten deuren behandeld, waarbij de minderjarige, haar ouders, de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De vader heeft niet deelgenomen aan de mondelinge behandeling vanwege bezwaar tegen de aanwezigheid van een tolk. De minderjarige heeft haar wens uitgesproken om thuis te wonen, maar de rechter acht dit momenteel niet verantwoord.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en gesloten jeugdhulp is voldaan. De ouders zijn onvoldoende in staat om de bedreigingen weg te nemen en er is geen minder ingrijpende methode beschikbaar. De machtiging gesloten jeugdhulp wordt verleend voor drie maanden, en de ondertoezichtstelling voor zes maanden, beide met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad. Het verblijf in de gesloten accommodatie is noodzakelijk om de minderjarige te beschermen en de hulpverlening effectief te laten zijn.
De beslissing benadrukt het belang van een zorgvuldige en gefaseerde terugplaatsing naar de ouders, waarbij intensieve hulpverlening en begeleiding noodzakelijk zijn om een veilige en stabiele thuissituatie te waarborgen. De machtiging gesloten jeugdhulp is een zware maatregel die niet langer dan strikt noodzakelijk moet duren.