De zaak betreft drie afzonderlijke verzoeken tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen uit hetzelfde gezin. De verzoeken zijn ingediend door de gecertificeerde instelling (GI) Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. De kinderrechter heeft de zaken gelijktijdig behandeld op 1 oktober 2024, waarbij de moeder, haar advocaat en een tolk aanwezig waren, evenals de advocaat van de vader en een vertegenwoordiger van de GI. De vader was niet aanwezig.
De minderjarigen verblijven momenteel op verschillende jeugdzorglocaties en in een gezinshuis. De GI heeft zorgen over het zorgelijk gedrag van de twee oudste kinderen en het ontbreken van dagbesteding en schoolgang. De jongste toont positieve ontwikkeling in het gezinshuis. De GI acht verlenging van de machtiging noodzakelijk vanwege de complexe situatie, het ontbreken van een eigen woning bij de ouders, en lopende strafrechtelijke procedures.
De moeder stemt in met verlenging maar verzoekt om een kortere termijn van vier maanden om de situatie opnieuw te kunnen beoordelen na verwerving van een woning. De vader stemt in met verlenging tot het einde van de ondertoezichtstelling. De minderjarigen uiten hun wens om bij de moeder te wonen.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging passend is gezien de noodzaak tot zorg en het onderzoek naar mogelijke thuisplaatsing. Er wordt benadrukt dat de GI regie moet voeren en dat de machtiging niet langer dan nodig moet duren. De machtiging wordt verlengd tot 2 mei 2025 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.