Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
3.De vraag
4.De beoordeling
6.De beslissing
dinsdag 20 mei 2025 pro forma;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De ouders van de minderjarige zijn gescheiden en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. Er was een co-ouderschapsregeling waarbij de minderjarige om de week bij de moeder en vader verbleef. De minderjarige heeft via een e-mail en gesprek bij de kinderrechter aangegeven niet langer bij zijn moeder te willen wonen vanwege toenemende irritaties en een onprettige sfeer.
Tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren hebben beide ouders hun visie gegeven. De moeder erkent de spanningen en haar burn-out, staat open voor een wijziging en hulpverlening. De vader bevestigt de problemen en is eveneens bereid tot wijziging en hulpverlening, met behoud van contact tussen moeder en kind.
De kinderrechter constateert dat de minderjarige vastloopt bij de moeder en dat het verblijf bij de vader rust geeft. Daarom is in overleg een voorlopige regeling getroffen waarbij de minderjarige volledig bij de vader woont, met vaste contactmomenten met de moeder. De zaak wordt aangehouden tot 20 mei 2025 voor evaluatie en verdere besluitvorming. De kinderrechter adviseert hulpverlening via het Centrum voor Jeugd en Gezin om de situatie te verbeteren.
Uitkomst: De minderjarige verblijft voorlopig volledig bij de vader met contactmomenten met de moeder; de zaak wordt aangehouden voor evaluatie.