Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid van verdachte
6.Opleggen van een maatregel
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 tenlastegelegde feit;
mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander
verdachte niet strafbaar voor het bewezen verklaarde onder feit 1 en feit 3 nu deze feiten verdachte niet kunnen worden toegerekend en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;
terbeschikkingstellingvan verdachte en stelt daarbij als
voorwaarden:
10.Bijlage I
hij op of omstreeks 13 maart 2024 te [geboorteplaats] , een ambtenaar, [benadeelde 1] , psychiater/medewerker van [ggz-instelling] , zijnde een zorgaanbieder als bedoeld in de Wvgg gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [benadeelde 1] (met kracht) in de hand te knijpen en/of tegen het lichaam te duwen en/of op de grond te gooien en/of tegen de voet(en) te schoppen (ten gevolge waarvan die Hoesema is gevallen);
( art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf Pro/sub 3° Wetboek van Strafrecht )
hij op of omstreeks 13 maart 2024 te [geboorteplaats] , een ambtenaar, [benadeelde 2] , co-assistent/medewerker van [ggz-instelling] , zijnde een zorgaanbieder als bedoeld in de Wvgg gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door die Van [benadeelde 2] een elleboogstoot tegen het hoofd, althans het lichaam te geven;
( art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf Pro/sub 3° Wetboek van Strafrecht )
hij op of omstreeks 13 maart 2024 te [geboorteplaats] opzettelijk en wederrechtelijk een bril, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt
( art 350 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )